dinsdag 29 januari 2008

hoi Kimberley
hier ben ik eindelijk, in blogland
de rails zijn inderdaad beter dan de trein en die laatste tekeningen vind ik heel knap. Zo wordt het personage een beetje explicieter, hij 'wordt geboren' of 'ontwaakt'. Het lijkt me logisch dat de volgende afbeeldingen nog duidelijker worden, zodat de lezer een houvast krijgt, of wat denk jij? Langzaam lost de mist op en zien we dat de plaats van handeling een station is, zoiets.
We kunnen grotere stukken tekst bij de volgende afbeeldingen plaatsen of desnoods tekst weglaten.
Wat het personage betreft, zoals ik je al zei denk ik aan een asielzoeker of illegale vluchteling. Of hij dit werkelijk beleeft of droomt, kunnen we voorlopig nog in het midden laten.
En wat voelt hij? Eerst pijn, dan opluchting, verbazing en tenslotte onzekerheid (misschien ook herkenning) als hij met de politieagent wordt geconfronteerd.

1 opmerking:

Anoniem zei

hoi Kimberley
hier het vervolg van het verhaal, zoals je ziet heb ik de naam Achmed in Ahmed veranderd

2

Ja, ik ben een mens. Ik spreek Nederlands.
Een beetje Nederlands.
Als je langzaam spreekt, begrijp ik wat je zegt.
Ik ben een beetje mens.

De man in het uniform heeft me naar de man met de snor gebracht. In het kantoor van steen en staal. Ergens zoemt een ventilator. Ik voel het, er is geen ontkomen aan. Hier was ik vroeger, hier ben ik nu en hier kom ik later terug, als alles voorbij is. Het maakt niet uit in welke volgorde, de tijd heeft geen voor- of achterkant. Assalam aleikom.

De man met de snor spreekt zacht:
‘Hoe heet je? Ahmed?’
Dan luider:
‘Uit welk land kom je? Waar kom je vandaan? Waar?’
Nog luider:
‘Geboortedatum? Wanneer ben je geboren? Leeftijd?’
Te luid:
‘Begrijp je wat ik zeg? Ja? Nee? Je weet het niet? Je weet niets?’
Veel te luid:
‘Je weet niet wie je bent? Je weet niet uit welk land je komt? Je weet niet hoe oud je bent? Je weet niet waar je bent? Je weet niet waarom je bent?’
Nu brult hij, zo ken ik hem:
‘Wat is je moedertaal? De taal van je moeder, godverdomme! Of heb je geen moeder? Ben je een bruine rat die zijn eigen moeder niet kent?’

Ik denk: mijn huid is bruin, dat klopt. Lichtbruin. Als ik mijn ogen sluit, zie ik de bruine ratten schuifelen. Ik luister: ze ritselen in de riolen van mijn hoofd, op de plaatsen waar ik ben geweest, in de levens voor dit leven, voor ik geboren werd. Ratten voelen zich overal thuis. Ik voel me hier ook thuis. Ik heb niets anders.

‘Ik ben hier geboren,’ zeg ik.

De man met de snor lacht. Zijn gezicht is heel dichtbij nu. Zijn snor, de afgeborstelde angst, het oerwoud van haat. Ik ken het. Zijn adem, de weke plekken, de ingewanden. Ik herken het. Ik ruik het. Het spat in mijn gezicht. Maar ik heb geen angst. Of toch, ik heb ook angst. Maar ik weet dat ik hier doorheen moet.

Zo is de procedure. Een geboorte moet geregistreerd worden.